De dwangsom

Algemeen

Bij de last onder dwangsom moet de hoogte worden vastgesteld van de eventueel te verbeuren dwangsom(men): de dwangsomhoogte. De dwangsomhoogte moet in een redelijke verhouding staan tot de zwaarte van het door de overtreding geschonden belang enerzijds, en de beoogde effectieve werking van de dwangsom anderzijds. Van de dwangsom(men) moet een zodanige prikkel uitgaan, dat de overtreder aan het gelaste voldoet zonder dat hij de dwangsom(men) verbeurt. Bij de vaststelling van de dwangsomhoogte mag geen rekening worden gehouden met een reeds behaald financieel voordeel, omdat de last onder dwangsom dan een bestraffend karakter krijgt. Met een als gevolg van de overtreding nog te behalen financieel voordeel mag wel rekening worden gehouden.

De dwangsomhoogte mag niet excessief zijn. De dwangsomhoogte is in ieder geval excessief, als zij de verwachte kosten om aan het gelaste te voldoen in onevenredige mate overschrijdt.

Invorderingsbeschikking

Als de overtreder niet (tijdig) aan het gelaste voldoet, verbeurt hij van rechtswege de aangezegde dwangsom(men), zodra de begunstigingstermijn is geëindigd. Het bestuursorgaan kan dan besluiten om de verbeurde dwangsom(men) in te vorderen: een invorderingsbeschikking. Voordat het bestuursorgaan besluit om de verbeurde dwangsom(men) in te vorderen moet de overtreder in de gelegenheid worden gesteld om te worden gehoord. Als de overtreder niet is gehoord, is de invorderingsbeschikking ontoelaatbaar.

Nadat het bestuursorgaan een invorderingsbeschikking heeft genomen moet de overtreder, die nalaat om (tijdig) de verbeurde dwangsom(men) te betalen, schriftelijk worden aangemaand tot betaling binnen twee weken. Daarna kan het bestuursorgaan de verbeurde dwangsom(men) met een dwangbevel invorderen. Het dwangbevel wordt betekend door een gerechtsdeurwaarder en levert een executoriale titel op. Met deze executoriale titel beschikt het bestuursorgaan over de bevoegdheden, die een schuldeiser op grond van het privaatrecht ook heeft.

Beginselplicht tot invordering

Bij een invorderingsbeschikking moet aan het belang van invordering van de verbeurde dwangsom(men) een zwaarwegend gewicht  worden toegekend. Een andere opvatting zou afdoen aan het gezag, dat behoort uit te gaan van een besluit tot oplegging van een last onder dwangsom. Slechts in bijzondere omstandigheden kan geheel of gedeeltelijk van invordering worden afgezien of kan/kunnen de verbeurde dwangsom(men) worden gematigd. Van zodanige bijzondere omstandigheden is bijvoorbeeld sprake, als:

  • aan het gelaste niet voldaan kon worden door overmacht, bijvoorbeeld vanwege het ontbreken van de vereiste medewerking van derden,

  • het niet (geheel) aan het gelaste voldaan zijn mede aan de een bestuursorgaan ligt, dat bijvoorbeeld een onduidelijke last onder dwangsom heeft opgelegd,

  • het bestuursorgaan heeft toegezegd, dat (deels) niet zal worden ingevorderd,

  • een beroep op het «gelijkheidsbeginsel» slaagt,

  • invordering misbruik van bevoegdheid zou zijn, bijvoorbeeld omdat de last onder dwangsom weliswaar bij gebrek aan gebruik van rechtsmiddelen rechtmatig moet worden geacht, maar in een identiek geval waarin de overtreder wel bezwaar had ingesteld, de last onder dwangsom wel onrechtmatig is bevonden, of

  • materieel wel aan de last voldaan is en het bestuursorgaan zich op een procedureel punt(je) excessief formalistisch opstelt.

Als de overtreder wel gedeeltelijk, maar niet volledig aan het gelaste heeft voldaan, hoeft het bestuursorgaan niet geheel of gedeeltelijk van invordering af te zien. Wel kan dit een grond voor matiging van de verbeurde dwangsom(men) zijn.

Verjaring

De bevoegdheid tot invordering van de verbeurde dwangsom(men) verjaart door verloop van één jaar na de dag waarop zij is/zijn verbeurd. Deze termijn ziet zowel op het nemen van een invorderingsbeschikking als op het feitelijk invorderen van de verbeurde dwangsom(men). De verjaring wordt gestuit door een daad van rechtsvervolging of door erkenning van de verbeurte van de dwangsom(men) door de overtreder. Het bestuursorgaan kan de verjaring ook stuiten door een (schriftelijke) aanmaning, een beschikking tot verrekening, een dwangbevel of  een daad van tenuitvoerlegging van een dwangbevel. Een invorderingsbeschikking stuit de verjaring niet.

 

Als de verjaring is gestuit, begint een nieuwe verjaringstermijn te lopen met ingang van de volgende dag. De verjaringstermijn van de bevoegdheid tot invordering van de verbeurde dwangsom(men) wordt verlengd met de tijd gedurende welke de overtreder na de aanvang van deze termijn uitstel van betaling heeft.

Tel.: 074 - 700 22 16

Fax: 074 - 700 22 17

E-mail: info@capdebitum.nl

KvK: 61530700

Btw: NL200344912B01